Een persoonlijk voornaamwoord verwijst meestal naar levende wezens. Het komt in de plaats van de naam van een persoon, dier, plant of ding: ik, mij, jij, het, hem, haar, jou, enzovoorts.

  1. ‘De heer Petrovic spreekt Annemarie toe.’ -> ‘Hij spreekt haar toe.’
  2. ‘Waar is mijn boek gebleven? Wie heeft hem voor het laatst gezien?’

Persoonlijke voornaamwoorden staan altijd alleen: zonder zelfstandig naamwoord. Dat komt doordat ze het zelfstandig naamwoord vervangen.

Persoonlijke voornaamwoorden kunnen in een zin twee functies hebben:

  • onderwerp
  • meewerkend of lijdend voorwerp

In voorbeeld 1 zie je allebei de functies: Het onderwerp hij (De heer Petrovic) en het lijdend voorwerp haar (Annemarie).

In de voorbeeld 2 zie je dat het ding waar het over gaat, mijn boek, in de eerste zin het voorwerp is en in de tweede zin lijdend voorwerp.

Vervang de persoonlijke voornaamwoorden door namen van personen als je het niet zeker weet. Kun je het niet vervangen door een naam, dan is het dus geen persoonlijk voornaamwoord!

Wat is Lttrs?

Lttrs. is onderdeel van tekstbureau Letters van Lieke en richt zich volledig op het redigeren en vertalen van teksten. Heb je vragen of opmerkingen? Neem hier contact op.

Contact opnemen